Over de kunst van thuiskomen in jezelf — ook als je dat al lang geleden bent kwijtgeraakt

Ik weet nog precies het moment dat ik merkte dat ik mezelf niet meer kende. Het was geen grote crisis. Geen burn-out, geen scheiding, geen verlies. Gewoon een dinsdag. Ik zat aan mijn bureau, had net een vergadering afgerond die goed was gegaan, en dacht: is dit het nu? Geen drama. Gewoon een stille, eerlijke vraag die uit het niets opdook en bleef hangen.

Ik kende mezelf als professional. Als moeder. Als partner. Als iemand die dingen regelt, die niet zeurt, die doorzet. Maar wie was ik als die rollen er even niet waren? Wat vond ík nou eigenlijk? Ik had geen idee. Ik voelde een soort van leegte en in de verte voelde ik ook iets borrelen, iets spannends, maar kon er geen contact mee maken.

Het noorden als windrichting

In het Levenskompas is Noord de richting van jezelf. Niet je functie, niet je verplichtingen, niet de versie van jou die anderen het prettigst vinden. Jij. Je intuïtie. Je lijfwijsheid. Wat je werkelijk denkt, voelt, en wil.

Noord is de windrichting die altijd klopt. Een kompas liegt niet. De naald wijst naar het magnetische noorden, ongeacht waar je staat, ongeacht hoeveel wind er staat, ongeacht of je hem wilt geloven. Maar wat als je de naald al zo lang hebt genegeerd dat je niet meer weet waar hij naartoe wijst?

Je kunt uitstekend functioneren terwijl je volledig los staat van jezelf. Dat is het gevaarlijke. Het geeft geen alarm.

Vrouwen, en dan met name vrouwen die gewend zijn veel te dragen, zijn bijzonder goed in dit afdrijven. Niet omdat ze zwak zijn. Juist omdat ze zo sterk zijn. Zo betrouwbaar. Zo goed in aanpassen. Elke kleine aanpassing die je doet, iets inslikken, iets opzijzetten, iets van jezelf wegschuiven, lijkt op zichzelf niets voor te stellen. Maar bij elkaar opgeteld? Dan ben je opeens heel ver van huis.

Wat ik leerde in mijn opleiding TCM

In de Traditionele Chinese Geneeskunde wordt de verbinding met jezelf niet gezien als een psychologisch concept maar als een fysiologisch feit. De Shen, de geest, het bewustzijn, huist in het Hart. Wanneer de Shen onrustig is, wanneer je niet meer goed in contact staat met jezelf, zie je dat letterlijk terug in het lichaam.

Slaapproblemen. Vergeetachtigheid. Een gevoel van ronddraaien zonder te landen. Angst zonder duidelijke oorzaak. Dat zijn geen karakterzwakheden. Dat zijn signalen van een Shen die geen thuis meer vindt.

Het heeft me iets geleerd wat ik voorheen niet begreep: thuiskomen in jezelf is geen metafoor. Het is iets wat je voelt in je lijf. Of niet voelt, en dan merk je het ook.

De oefening die alles veranderde

Op een dag, ik was gestart met de opleiding Bewustzijnscoaching, vroeg een trainster docente ons om een kwartier stil te zitten en één vraag te beantwoorden. Niet te denken. Voelen.

De vraag was: Wat wil jij? Niet wat moet. Niet wat hoort. Niet wat handig is. Wat wil jij?

Ik zat daar en er kwam van alles. Mijn hoofd was vol met wat anderen wilden, wat ik had beloofd, wat er van me verwacht werd. Maar wat ík wilde? Dat signaal was zo zwak geworden dat ik het niet meer kon onderscheiden van de ruis. Dat kwartier was en de dagen erna bleef het rondzingen in mijn hoofd. Wat wil ik?!

De vraag ‘Wat wil ik?’ is eenvoudig. Het antwoord is dat alleen als je jezelf niet bent kwijtgeraakt.

Ik ben er sindsdien mee aan de slag gegaan. Niet met grote stappen. Met kleine, eerlijke momenten van navragen. Wat voel ik nu? Wat heeft dit met me gedaan? Wat trekt me aan, en wat eigenlijk niet, maar doe ik toch?

Langzaam begon de naald weer te bewegen.

Hoe jij je noorden vindt

Noord is geen plek die je bereikt. Het is een richting die je steeds opnieuw moet opzoeken. Soms wijs je er recht op. Soms ben je er ver vandaan. Dat hoort erbij. Maar er zijn manieren om dichter bij jezelf te komen. Een paar die voor mij werken:

Je lijf luistert beter dan je hoofd. Als iets krimpt van binnen, is dat informatie. Als iets ruimte geeft, ook. Je hoofd kan eindeloos beredeneren. Je lijf weet het vaak al.

Wat je ergert, vertelt je iets over wat je waardeert. Irritatie is een kompasnaald. Vraag je niet af waarom iets je stoort, maar wat het je vertelt over wat jij belangrijk vindt.

Wat je al lang niet meer hebt gedaan, en wat je mist. Dat verlangen is informatie. Geen opdracht, geen verplichting. Maar een signaal waard om naar te luisteren.

En als je de naald kwijt bent?

Dan begin je met stilte. Niet meditatief-perfect stilte. Gewoon: minder ruis. Minder automatisch ja zeggen. Minder meegaan in de waan van de dag. En dan: de eerlijke vraag stellen. Niet één keer. Elke dag. Wat wil ik? Wat voelt goed? Wat klopt hier niet? Het antwoord komt niet meteen. Maar de vraag stellen is al thuiskomen.

Noord is niet ver weg. Noord ben jij. De naald wijst altijd al jouw kant op,  je hoeft alleen weer te leren luisteren.

Jouw volgende stap

Stel jezelf vandaag één eerlijke vraag: Op welke gebieden in mijn leven leef ik vanuit wat van me verwacht wordt — en op welke gebieden vanuit wat ik zelf wil?

Schrijf het op. Niet om er iets mee te doen. Gewoon om het te zien.

Wil je dieper gaan? In het Levenskompas-programma verkennen we Noord als eerste windrichting, omdat alles begint bij jij. Als de naald kwijt is, heeft de rest weinig houvast.